HOEVEEL DRUK MOET IK UITOEFENEN IN EEN GESPREK?

Interaction Pressure Gauge

Effectief druk uitoefenen om je doel te bereiken Voor jou als leider is interactie via mondelinge communicatie het belangrijkste instrument om zaken voor elkaar te krijgen. Je werk bestaat immers voor het grootste gedeelte uit praten met mensen. Om het beoogde doel te bereiken tijdens je interactie met anderen, is soms druk nodig. Hoeveel, dat hangt van de situatie, het doel en de gesprekspartner af. Het Interaction Pressure Gauge model identificeert 5 interactievormen met verschillende niveaus van druk. Interactie is het proces dat plaatsvindt wanneer 2 of meer personen met elkaar communiceren. Je kunt interactie uiteraard een spontaan beloop laten hebben. Maar, als je met interactie een bepaald doel wilt bereiken, is het van belang van tevoren vast te stellen over welke onderwerpen je het gaat hebben, en welke toon daar het beste bij past. Door in je manier van praten bewust de druk te verhogen kun je je gesprekpartner aansporen en door in jouw manier van praten bewust de druk te verlagen, kun je je gesprekspartner op zijn gemak stellen.

CONCEPTUEEL MODEL

Het Interaction Pressure Gauge model identificeert binnen de 5 interactievormen die oplopen in drukniveau, 3 niveaus van effectieve druk die je als leider kunt inzetten. Elk van de 3 niveaus veroorzaakt een constructieve spanning die de gesprekspartner aanspoort deel te nemen aan een betekenisvolle dialoog. Gelijktijdig wijst het model erop dat leiders best wegblijven uit de tegengestelde uitersten van wel ofwel geen spanning/druk (pacificatie), ofwel destructieve spanning/druk (polarisatie).

DE KERNELEMENTEN

Er bestaan 5 algemene vormen van interactie met een oplopend drukniveau:

1. Omzeilen De interactievorm waarbij een leider besluit om een onderwerp niet te bespreken, maar juist over koetjes en kalfjes te praten, is omzeiling (circumvent). Dit gedrag kan optreden wanneer een leider zich ongemakkelijk voelt om het probleem aan de orde te stellen, vaak vanwege angst om in verlegenheid te worden gebracht. Of wanneer een leider zich onveilig voelt vanwege angst voor consequenties, als de kans bestaat dat de gesprekspartner negatief zal reageren. Typische omzeilende interactie wordt gekenmerkt door beleefde clichés en betekenisloze bevestigingen dat ‘alles in orde is’.

2. Converseren. Als een leider een kwestie wél bespreekbaar maakt, door te stimuleren het probleem samen te onderzoeken, is dat conversatie. Deze dialoogvorm veroorzaakt een constructieve spanning door de ander op waarderende wijze aan te sporen te komen met nieuwe ideeën en perspectieven. Een effectieve conversatie bereik je door de ander te erkennen als gesprekspartner, actief te luisteren en verder te bouwen op elkaars argumenten.

3. Uitdagen. De interactievorm wordt als uitdaging (challenge) gekarakteriseerd wanneer een leider een onderwerp aankaart en daarbij kritisch inzoomt op het verschil tussen zijn of haar perspectief en dat van de ander. De leider gaat ervan uit dat de ander dat verschil overbrugt. Het is mogelijk om de constructieve spanning die je wilt laten ontstaan, te baseren op een verschil in overtuigingen (‘onze meningen verschillen, je dient jouw mening aan te passen’) of op een verschil in gedrag (‘ik verwacht ander gedrag, je moet je acties bijsturen’). Hierbij kan er sprake zijn van eenrichtingsverkeer (‘ik denk dat je een inspanning moet doen’) of van een tweerichtingsdebat (‘we lijken het niet eens te zijn’).

4. Confronteren. De interactievorm waarbij een leider een kwestie op tafel legt en duidelijk maakt dat bepaald gedrag of bepaalde uitkomsten niet aanvaardbaar zijn, is confrontatie. Terwijl de uitdagende leider de norm bepaalt, maar nog wel discussie toelaat, maakt de confronterende leider de norm expliciet en eist hij of zij dat deze wordt nageleefd. Hoewel bij deze interactie de druk hoog is (‘ik wil dat je je zo gedraagt’), is het nog altijd een constructieve spanning, want het aanscherpen van verwachtingen en het vaststellen van gedragsregels geeft de ander de kans om zich aan te passen of te vertrekken.

5. In conflict gaan. De interactievorm waarbij een leider een probleem aan de orde stelt, maar de gesprekspartner reageert door zijn of haar positie te verdedigen of gelijk te willen halen is conflict. Bij een conflict is de interactie niet langer positief, met het oog op het realiseren van een gemeenschappelijk doel; slechts één partij kan winnen. Zo’n conflict, dat snel emotioneel kan worden, kan te wijten zijn aan de onwil van de gesprekspartner om te luisteren of om te gaan met meningsverschillen. Maar conflict kan ook het gevolg zijn van de destructieve intentie van de leider om iemand te veroordelen of de schuld te geven.

Wil jij je persoonlijke leiderschapskwaliteiten naar een hoger niveau tillen?

Tijdens het Executive Leiderschap & Management Programma krijg je meer inzicht in je leiderschap en interactie met anderen. Hierdoor kun je jouw leiderschapsstijl toespitsen op je medewerkers, collega’s en derden.

DE BELANGRIJKSTE INZICHTEN

Op basis van de 5 beschreven interactievormen zijn 5 belangrijke inzichten te formuleren over effectieve interactie als leider.

  • Er bestaat niet één ultieme manier van interactie Tussen de twee uitersten van omzeilen en in conflict gaan, die te vergelijken zijn met de typisch menselijke ‘vecht of vlucht’ reacties, bestaan er verschillende manieren om effectief met elkaar te interageren in een gesprek.
  • Voorkeur voor een bepaalde interactievorm In het algemeen voelen leiders zich op hun gemak bij één bepaalde interactievorm. Het gevolg is dat de andere interactievormen te weinig worden gebruikt. De voorkeur kan het gevolg zijn van ervaring en gewoontes (oefening baart kunst), maar kan ook te wijten zijn aan angst. De angst voor conflicten duwt leiders in interactievormen 1 & 2, de angst om zwak over te komen duwt leiders in interactievormen 4 & 5.
  • Aanmoedigend versus eisend leiderschap De voorkeur voor een bepaald drukniveau bepaalt zelfs jouw dominante leiderschapsstijl. Interactievormen 2 & 3 vind je bij aanmoedigende leiders. Hun valkuil is interactievorm 1: omzeilen. Interactievormen 3 &4 vind je bij eisende leiders. Hun valkuil is interactievorm 5: conflict.
  • Je kunt je interactievorm sturen Heel bewust omgaan met het niveau van druk tijdens een interactie, is de moeite waard. Succesvolle leiders kiezen bewust voor een specifiek niveau en verhogen of verlagen de druk naargelang hoe de interactie verloopt.
  • Context- en persoonsgebonden interageren Voor een effectieve interactie is het van belang dat je je als leider niet laat leiden door je voorkeursaanpak (‘het moet authentiek aanvoelen’), maar juist door wat er nodig is om je doel te bereiken bij die specifieke persoon in die specifieke situatie (‘het moet passen’).
TIP

Oefen met gasgeven en remmen De druk opvoeren en weer afbouwen is een belangrijke leiderschapsvaardigheid dat alleen door oefening kan worden geperfectioneerd. Probeer daarom in veilige gesprekken ‘gas te geven’ of ‘af te remmen’, om het switchen tussen interactievormen steeds beter in de vingers te krijgen. Prof.dr. Ron Meyer


NEVER STOP ASKING

TILBURG UNIVERSITY

EINDHOVEN UNIVERSITY

OF TECHNOLOGY